Kennisbank
Begrippenlijst
135 termen uit de betaalwereld. Elke term heeft een korte uitleg voor wie snel iets wil begrijpen, en een langere voor wie het echt wil snappen.
Kosten en tarieven
- Aansluitkostenook: Setup fee
- Eenmalig bedrag bij het opstarten van een contract, voor administratie en inrichting.
- Autorisatiekostenook: Autorisatiefee
- Een vast bedrag per keer dat je terminal om goedkeuring vraagt, los van of de betaling slaagt.
- Blended tarief
- Eén gemiddeld tarief voor alle kaarten, ongeacht wat de kaart werkelijk kost.
- Borg
- Een bedrag dat je vooruit betaalt als zekerheid en dat je terugkrijgt als het toestel heel terugkomt.
- Chargebackkosten
- Het bedrag dat je aanbieder rekent voor het afhandelen van een terugboeking, ook als je gelijk krijgt.
- Dagafsluitkostenook: Batchkosten
- Kosten per keer dat je terminal zijn transacties van die dag indient bij de verwerker.
- Dynamic Currency Conversionook: DCC, Valutakeuze
- De vraag aan de kassa of je in euro of in de lokale valuta wilt betalen.
- Effectief tarief
- Wat je per transactie werkelijk betaalt, alle kosten meegerekend.
- Huurtarief
- Het maandbedrag dat je betaalt voor het gebruik van een betaalautomaat die niet van jou is.
- Interchange
- De vergoeding die de bank van de klant krijgt voor elke kaartbetaling. Onderdeel van wat jij als ondernemer betaalt.
- Interchange++ook: IC++
- Een tariefmodel waarbij je de kostprijs betaalt plus een aparte, zichtbare opslag.
- Merchant Service Chargeook: MSC
- Het totaalbedrag dat je aan je betaaldienstverlener betaalt per transactie.
- Minimum maandbedrag
- Een contractuele bodem: kom je met je transacties onder dat bedrag, dan wordt het verschil alsnog in rekening gebracht.
- Niet-EER-toeslagook: Non-EEA fee
- Een extra tarief bij kaarten die zijn uitgegeven buiten de Europese Economische Ruimte.
- PCI-toeslag
- Een maandelijkse bijdrage die sommige aanbieders rekenen zolang je zelfassessment niet is ingevuld.
- Restwaarde
- Het bedrag dat je aan het eind van een huur- of leasecontract moet betalen om het toestel te houden.
- Schemefeeook: Kaartnetwerkkosten
- De vergoeding voor het kaartnetwerk zelf, zoals Mastercard of Visa.
- Settlementook: Uitbetaling
- Het moment waarop het geld van je pintransacties op je rekening staat.
- Simkostenook: Dataverbinding
- Maandelijkse kosten voor de mobiele verbinding van een toestel met 4G.
- Staffeltarief
- Een tarief dat daalt naarmate je meer transacties doet.
- Toeslag zakelijke kaartook: Commercial card fee
- Extra kosten bij een kaart die op naam van een bedrijf staat in plaats van een consument.
- Transactiebundel
- Een vast maandbedrag voor een afgesproken aantal transacties.
- Verborgen kosten
- Posten die niet in de offerte staan maar wel op de afrekening.
- Wisselkoersopslag
- De opslag die je bank rekent bovenop de wisselkoers bij betalen in vreemde valuta.
Contract
- Acceptantcontract
- Het contract waarmee je kaartbetalingen mag aannemen, gesloten met een acquirer.
- Boeteclausuleook: Afkoopsom
- Het bedrag dat je moet betalen als je een contract voor het einde van de looptijd beëindigt.
- Eigendomsvoorbehoud
- De bepaling dat het toestel eigendom blijft van de leverancier tot alles is betaald.
- Indexatieclausule
- Een bepaling die de aanbieder toestaat de tarieven jaarlijks eenzijdig te verhogen.
- Lease
- Een vorm van financiering waarbij je in termijnen betaalt voor een toestel dat je gebruikt.
- Looptijd
- De minimale periode waarvoor je het contract aangaat.
- Onboardingook: Acceptatiebeleid
- De controle die een aanbieder doet voordat je betalingen mag aannemen.
- Opzegtermijn
- Hoe lang vóór de einddatum je moet opzeggen om verlenging te voorkomen.
- Service level agreementook: SLA
- De afspraak over hoe snel je aanbieder een storing oppakt en oplost.
- Servicevenster
- De uren waarbinnen de servicebeloften van je aanbieder gelden.
- Stilzwijgende verlenging
- Je contract loopt automatisch door als je niet op tijd opzegt.
- Verlengingsvenster
- De periode waarin je moet opzeggen om automatische verlenging te voorkomen.
- Vervangapparaatook: Swap
- Een vervangend toestel dat wordt opgestuurd of gebracht als het jouwe kapot is.
Partijen in de keten
- Acquirer
- De partij die je kaartbetalingen verwerkt en het geld aan je uitbetaalt.
- Autoriteit Consument en Marktook: ACM
- De toezichthouder op eerlijke handel en concurrentie, ook bij misleidende prijzen en voorwaarden.
- Autoriteit Financiële Marktenook: AFM
- De toezichthouder op gedrag in de financiële sector, waaronder informatieverstrekking aan klanten.
- Betaalgatewayook: Gateway
- De technische doorgeefluik tussen een winkel of webshop en de betaalverwerker.
- Betaalinstelling
- Een bedrijf met een vergunning om betaaldiensten te verlenen zonder zelf bank te zijn.
- Betaalvereniging Nederland
- De organisatie waarin de Nederlandse banken en betaaldienstverleners samenwerken aan het betalingsverkeer.
- De Nederlandsche Bankook: DNB
- De toezichthouder die vergunningen verleent aan betaalinstellingen en toezicht houdt op de betaalketen.
- Distributeur
- Een partij die betaalautomaten inkoopt bij de fabrikant en doorlevert aan resellers en ondernemers.
- Geldmaat
- Het gezamenlijke geldautomatennetwerk van ABN AMRO, ING en Rabobank.
- Issuer
- De bank die de betaalpas van de klant heeft uitgegeven.
- Kifid
- Het klachteninstituut waar je gratis terechtkunt als je bank of verzekeraar je klacht afwijst.
- Payment facilitatorook: PayFac
- Een partij die onder één eigen contract veel kleine ondernemers laat aansluiten.
- PSPook: Payment Service Provider, Betaaldienstverlener
- Een partij die betalingen regelt, vaak zowel online als aan de toonbank.
- Resellerook: Dealer, Pinleverancier
- Verkoopt, verhuurt en onderhoudt betaalautomaten, maar verwerkt de transacties niet zelf.
- Schemeook: Kaartnetwerk
- Het netwerk dat de spelregels bepaalt: Mastercard, Visa, American Express.
- White label
- Een dienst die onder de naam van de ene partij wordt verkocht maar door een andere wordt uitgevoerd.
Betaalmethoden
- American Expressook: Amex
- Een kaartnetwerk dat zelf ook de kaarten uitgeeft, met eigen tarieven buiten de Europese plafonds.
- Apple Pay
- De wallet van Apple, waarmee je met iPhone of Apple Watch betaalt.
- Bancontact
- Het Belgische betaalpassysteem, dat je in Nederlandse grenszaken regelmatig tegenkomt.
- Betaalpasook: Debetkaart, Pinpas
- De kaart waarmee je direct van je betaalrekening betaalt, zonder krediet.
- Betaalverzoek
- Een link waarmee je iemand vraagt een bedrag over te maken, met het bedrag al ingevuld.
- Cadeaukaart
- Een kaart met een vooraf opgeladen tegoed, meestal beperkt tot één keten of één samenwerkingsverband.
- Contactloos betalen
- Betalen door je pas, telefoon of horloge langs de terminal te houden.
- Contactlooslimiet
- De grens waarboven je bij contactloos betalen toch je pincode moet invoeren.
- Creditcard
- Een kaart waarbij je achteraf betaalt; het bedrag wordt later verrekend.
- Debit Mastercard
- Een betaalpas op het Mastercard-netwerk: je betaalt direct van je rekening, maar met de bereikbaarheid van een creditcard.
- Dip & Go
- Betalen door je pas kort in te steken zonder pincode, bij kleine bedragen.
- Google Wallet
- De wallet van Google voor Android-toestellen en Wear OS-horloges.
- iDEAL
- De Nederlandse online betaalmethode, die tussen 2026 en 2027 opgaat in Wero.
- Instant paymentook: SCT Inst
- Een overboeking in euro die binnen enkele seconden is bijgeschreven, dag en nacht.
- Maestro
- Het oude betaalmerk van Mastercard, dat wordt uitgefaseerd.
- OVpay
- In- en uitchecken in het openbaar vervoer met je gewone betaalpas of telefoon.
- Retourpinnen
- Een omgekeerde pinbetaling: de winkelier zet geld terug op de pas van de klant.
- SEPA-incassoook: Automatische incasso
- Een betaling die de ontvanger van jouw rekening afschrijft op basis van een machtiging.
- V PAY
- Het oude betaalpasmerk van Visa, dat is vervangen door Visa Debit.
- Vernieuwde betaalpas
- De opvolger van Maestro en V PAY: Debit Mastercard en Visa Debit.
- Visa Debit
- De opvolger van V PAY: een betaalpas op het netwerk van Visa.
- Wero
- De Europese opvolger van iDEAL, ontwikkeld door het European Payments Initiative.
Techniek
- Autorisatie
- De goedkeuring van de bank van de klant, binnen enkele seconden na het aanbieden van de kaart.
- Betaalautomaatook: Terminal, Pinautomaat
- Het apparaat dat de kaart uitleest, de betaling aanvraagt en het antwoord toont.
- Bonprinter
- De printer in of naast de terminal die de betaalbon afdrukt.
- Countertop
- Een vaste betaalautomaat voor op de toonbank, met stroom en een vaste verbinding.
- Dagafsluitingook: Batch
- Het moment waarop je terminal alle transacties van die periode indient voor uitbetaling.
- EMV
- De wereldwijde standaard voor chipbetalingen, genoemd naar Europay, Mastercard en Visa.
- Firmware
- De software in de betaalautomaat zelf, die door je aanbieder wordt bijgehouden.
- Kassakoppeling
- De verbinding tussen je kassasysteem en je betaalautomaat, zodat het bedrag automatisch wordt doorgestuurd.
- MIDook: Merchant ID
- Het unieke nummer waarmee jij als acceptant bekend bent bij je betaaldienstverlener.
- mPOS
- Een kaartlezer die via bluetooth aan je telefoon of tablet hangt.
- NFCook: Near Field Communication
- De draadloze techniek waarmee contactloos betalen werkt, over enkele centimeters.
- Offline pinnen
- Transacties accepteren zonder internetverbinding, die later worden verwerkt.
- Pinbon
- Het bewijs van je pintransactie, op papier of digitaal.
- Pinpadook: PIN entry device, PED
- Het onderdeel waarop de klant zijn pincode intoetst, met eigen beveiligingscertificering.
- Point-to-point encryptieook: P2PE
- Kaartgegevens worden versleuteld in de terminal zelf en pas bij de verwerker weer leesbaar.
- QR-betaling
- Betalen door een code te scannen die naar een betaalverzoek of iDEAL-transactie leidt.
- Reserveringook: Pre-autorisatie
- Een bedrag dat alvast wordt vastgehouden op de rekening van de klant, voordat het definitieve bedrag bekend is.
- SoftPOSook: Tap to Pay, Telefoon als pinautomaat
- Je telefoon wordt de betaalautomaat: de NFC-chip leest de kaart, er is geen apparaat nodig.
- Tap to Pay
- Betalingen aannemen met de NFC-antenne die al in een telefoon zit, zonder los apparaat.
- Terminal Management Systemook: TMS
- Het systeem waarmee je aanbieder op afstand instellingen en updates naar je toestel stuurt.
- Terminalprotocolook: Nexo, C-TAP
- De taal waarin een kassasysteem en een betaalautomaat met elkaar praten.
- TIDook: Terminal ID
- Het unieke nummer van één specifieke betaalautomaat.
- Tokenisatie
- Het vervangen van een kaartnummer door een vervangend nummer dat maar op één plek werkt.
Regels en wetgeving
- Afronden
- Het eindbedrag afronden op 0 of 5 eurocent — alleen toegestaan bij contante betalingen.
- Algemene verordening gegevensbeschermingook: AVG, GDPR
- De Europese privacywet, die ook geldt voor wat je met betaalgegevens van klanten doet.
- Bewaarplicht
- De verplichting om je administratie zeven jaar te bewaren voor de Belastingdienst.
- Contantgeldgrens
- Sinds 1 januari 2026 mag je bij verkoop van goederen geen contante betalingen vanaf €3.000 meer aannemen.
- Digital Operational Resilience Actook: DORA
- Europese regels over de digitale weerbaarheid van financiële partijen, waaronder betaalverwerkers.
- EN 301 549
- De Europese norm voor toegankelijkheid van ICT-producten, inclusief betaalterminals.
- European Accessibility Actook: EAA, Toegankelijkheidsrichtlijn
- Europese wet die sinds 28 juni 2025 eist dat onder meer betaalterminals toegankelijk zijn.
- Europese antiwitwasverordeningook: AMLR
- De Europese verordening die het witwasbeleid harmoniseert, met onder meer een grens aan contante betalingen.
- Europese Economische Ruimteook: EER, EEA
- De EU plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein — het gebied waar de Europese betaalregels gelden.
- Interchange Fee Regulationook: IFR
- De Europese verordening die interchange sinds 2015 maximeert.
- Know your customerook: KYC
- De verplichting van een financiële partij om te weten wie zijn klant is.
- PCI DSS
- De beveiligingsstandaard voor het verwerken van kaartgegevens.
- PSD2
- De Europese betaalrichtlijn die onder meer sterke klantauthenticatie verplicht stelde.
- PSD3 en PSR
- De opvolger van PSD2, met nieuwe regels rond fraude-aansprakelijkheid en naamcontrole.
- Sterke klantauthenticatieook: SCA
- De eis dat je een betaling bevestigt met minstens twee van de drie: iets dat je weet, hebt of bent.
- Surchargingook: Toeslag pinnen
- Extra kosten rekenen aan de klant omdat die met een kaart betaalt. In Nederland verboden.
- Uiteindelijk belanghebbendeook: UBO
- De natuurlijke persoon die meer dan een kwart van een onderneming bezit of controle heeft.
- Verification of Payeeook: VoP, Naamcontrole
- Controle of de naam bij een IBAN klopt voordat een overboeking doorgaat.
- Verordening instantbetalingen
- De Europese regel die banken verplicht overboekingen binnen tien seconden te verwerken, zonder extra kosten.
- Wwft
- De wet die betaaldienstverleners verplicht hun klanten te controleren.
Veiligheid en storingen
- Cash trapping
- Een geldautomaat manipuleren zodat het geld blijft vastzitten en de dader het later ophaalt.
- Chargebackook: Terugboeking
- Een betaling laten terugdraaien via je kaartuitgever, bijvoorbeeld als een product nooit is geleverd.
- Datalek
- Een inbreuk waarbij persoonsgegevens zijn ingezien, gelekt of kwijtgeraakt.
- Fraudemonitoring
- De geautomatiseerde controle die banken en verwerkers loslaten op elke transactie.
- Friendly fraud
- Een klant die een terugboeking aanvraagt voor iets dat hij wel degelijk heeft ontvangen.
- Kasverschil
- Het verschil tussen wat er in de kassa hoort te zitten en wat er werkelijk in zit.
- Meekijken bij het intoetsenook: Shoulder surfing
- Je pincode afkijken terwijl je hem intoetst, vaak in combinatie met het stelen van de pas.
- Phishing
- Het hengelen naar inloggegevens of codes met een bericht dat van je bank of een bekende partij lijkt te komen.
- Pinstoring
- Een onderbreking in het pinverkeer, van één winkel tot landelijk.
- Plofkraak
- Een aanval waarbij een geldautomaat met explosieven wordt opengebroken.
- Skimming
- Het kopiëren van kaartgegevens, meestal via een opzetstuk op een automaat.
- Social engineering
- Iemand overhalen om zelf iets te doen dat hem schaadt, in plaats van techniek te kraken.
- Spoofing
- Fraudeurs die zich voordoen als je bank, met een telefoonnummer dat echt lijkt.
- Terugvalopties
- De alternatieven die je achter de hand hebt als pinnen niet werkt.
- Vals geld
- Nagemaakt bankbiljet of muntstuk, dat voor de ontvanger volledig verlies is.
- Waardetransportook: Cash in transit
- Het beveiligd ophalen en afstorten van contant geld door een gespecialiseerd bedrijf.
- Wisseltruc
- Een afleidingstruc waarbij een oplichter je pas omruilt of afhandig maakt.